Behandeling op afstand:
Voor de mensen die veraf wonen kan de behandeling starten na een telefonisch contact of een contact via webcam. Je kunt ook een filmpje van jezelf opsturen.

Papegaai rust op boomtak voor hij zijn zoektocht naar voedsel verder zet.

Beschrijving van de mentale wereld van de papegaai op de foto.
Door Ingrid Holvoet.

ingrid holvoet
De papegaai denkt erover na hoe hij zal vliegen, welke richting hij zal uitgaan. Hij denkt aan een prooi die hij wil vangen, en waar zijn beste kansen liggen om een prooi te vangen. Hij denkt erover na waar hij het beste naartoe zou vliegen. Hij kent de streek en hij heeft een overzicht in zijn hoofd van de streek. Hij weet waar de velden zijn en waar de weiden zijn en waar hij water kan vinden. Hij weet wat er rechts van hem is, rechts is er een groep van bomen. Links zijn er weiden en is er water. De velden zijn vóór hem.


Van de bomen weet hij dat ze rechts van hem zijn, en ik (Ingrid Holvoet) kan dat weten voelen. Van de weiden, het water en de velden heeft hij een beeld in zijn hoofd van hoe ze eruit zien, inclusief het gevoel van richting, links en voor hem. Ik kan dat beeld oppikken en ook het gevoel van richting.

Hij voelt zich gelokt naar het water, want hij heeft dorst, en hij zou graag drinken, maar aan de andere kant weet hij dat een prooi zich voor hem bevindt, in de velden. Zijn aandacht is vooral gericht op de velden voor hem.

Hij eet graag, hij is gulzig, hij zou voortdurend willen eten. Als het aan hem lag zou hij voortdurend willen eten en drinken, dat is zijn geliefkoosde bezigheid.

Hij maakt zich een voorstelling van de verschillende mogelijke prooien die hij zou kunnen vinden. Hij denkt aan een worm en een kever. Van de worm kan ik een beeld oppikken van een worm van een vijftal cm lang en een 3 mm breed. Van de kever kan ik een beeld van een plat zwart lichaam met wat pootjes eraan oppikken.   De papegaai bezit ruimtelijk voorstellingsvermogen. Ik kan de beelden oppikken die de papegaai zich vormt. 

De kever lust hij niet zo, de worm vindt hij veel lekkerder. Als hij genoeg wormen vindt, zal hij geen kevers eten, hij eet alleen kevers als hij niet anders kan, als er niet genoeg wormen zijn.

Op de grond onder hem is er geen prooi te vinden, hij moet vooruit vliegen, naar de velden, daar kan hij een prooi vinden. Hij rust even, hij is moe en dan zal hij verder vliegen.

Hij heeft een nest, hij heeft nakomelingen, hij is daar verantwoordelijk voor, maar hij maakt er zich niet al te veel zorgen om, want het vrouwelijk dier zorgt ervoor. Hij onttrekt zich wat aan zijn verantwoordelijkheid, hij brengt nu en dan wat voedsel aan, en dan doet hij wat uit de hoogte, zo van, kijk eens wat ik hier meebreng, hij vindt zichzelf een hele piet als hij al iets aanbrengt. Hij weet dat het vrouwelijk dier heel veel voedsel aanbrengt en zich heel erg inzet, voortdurend heen en weer vliegt om voedsel te vinden voor haar kroost, dus kan hij gerust zijn. 

Ze kijkt wel eens boos naar hem als hij ook al eens aankomt vliegen met een magere prooi, maar dat deert hem niet. Hij houdt liever de dikke prooien voor hem, hij eet dan ook zo graag. Alleen als hij teveel voedsel heeft, of als het toch een magere prooi is die hem niet bevalt, of als hij genoeg gegeten heeft, is hij bereid om iets van zijn eigen voedsel af te staan. 

Hij heeft ook niet veel zin om voortdurend heen en weer te vliegen en gedreven op zoek te gaan naar voedsel voor zijn kroost. Het zal hem een zorg wezen. Hij doet liever zijn eigen dingen. Hij wil vrij zijn en geen verantwoordelijkheden hebben, hij wil zijn tijd kunnen doorbrengen met vliegen en eten zoeken voor zichzelf.

Als hij met een prooi komt aandragen naar het nest, dan legt hij die in het nest, hij laat het voeden van de jongen aan zijn gezellin over. Hij voelt geen verbondenheid met zijn kroost in het nest, hij kan zichzelf er niet toe brengen zijn kroost zelf te voeden, (=de voeding in hun bek brengen), daar voelt hij een weerzin voor, dat doet hij niet. Hij voelt geen affiniteit met zijn kroost, ze zijn als vreemden voor hem, hij doet zijn plicht en dat is alles.
 
Hij vliegt zeer graag op grote hoogte in de lucht, hij kan daar uren tijd aan besteden. Hij houdt van heel ver vliegen. Hij heeft een overzicht van het landschap onder hem als hij vliegt, daar is het waar het voedsel is voor hem, waar de prooien zijn. Hij heeft een grote affiniteit met het landschap onder hem als hij vliegt, omdat hij daar zijn voedsel en zijn water vindt, omdat dat hetgene is dat hem in leven houdt. 

Hij houdt er toch zo van te vliegen, hij overziet de velden als hij vliegt en hij geniet daarvan. Hij heeft een bijzonder gevoel van vrijheid als hij vliegt, hij voelt zich de koning te rijk. Vliegen is naast eten het liefste wat hij doet, hoog en heel snel en dan weer trager, en dan drijven op de lucht. Hij kan toch zo genieten daarvan, hij heeft dan zo’n geluksgevoel, vliegen is het ultieme geluk, hij kan er urenlang mee doorgaan. Het gevoel van vrijheid en geluk dat hij dan heeft, daar zijn geen woorden voor.
 
Hij ziet er niet naar uit om thuis te komen bij zijn kroost, hij blijft zo lang mogelijk weg. Nu en dan vliegt hij eens naar het nest met een prooi en dan blijft hij zo lang mogelijk weg.  ’s Avonds wacht hij zo lang mogelijk, tot het bijna donker is om naar het nest te gaan. En dan slaapt hij in de buurt van het nest op een tak van de boom. 
De moeder blijft dichter bij het nest. Die zorgt goed voor de kleintjes. Prima, dat is dan voor hem een zorg minder. Ze kijkt wel eens boos naar hem, maar dat trekt hij zich niet aan. 

Hij heeft weinig affiniteit met zijn wederhelft, ze kweken (zorgen voor nakomelingen) tezamen, en dat is alles. Voor de rest hebben ze geen band tezamen. Hij voelt weinig genegenheid voor zijn gezellin, hij is soms hard voor haar. Hij toont haar soms duidelijk (door een bepaalde lichaamshouding aan te nemen, borst vooruit, snavel vooruit (denk ik)), dat ze niet veel voor hem betekent. 
Hij kweekt ieder jaar met haar, dat is nu eenmaal zo, hij is aan haar gebonden. 
 
Zijn kroost kan hem eigenlijk niet veel schelen, hij kent zijn jongen met moeite. Het gebeurt wel eens een van zijn jongen van vorige jaren zijn pad kruist tijdens het vliegen, maar hij wil geen contact hebben, hij vliegt gewoon verder en doet alsof hij zijn jong niet gezien heeft. Hij wil niets met al die jongen te maken hebben, hij vindt het vervelend dat ze er zijn. Hij wil er geen band mee hebben, hij wil ze negeren. Hij voelt geen affectie voor hen en hij wil er niets mee te maken hebben. Voor hem bestaan ze niet. 

Hij weet wel dat dit zo niet hoort, en dat de andere papegaaien dit afkeuren, maar hij trekt er zich niets van aan. Hij zou toch moeten, volgens wat hoort, minstens een gedag zeggen, en enig contact maken. Maar hij doet wat hij wil, hij trekt zich van wat de anderen denken niets aan. 
 
Hij wil zijn eigen leven leiden, zonder zich al te veel van anderen te moeten aantrekken. Hij houdt niet van contact met andere pagegaaien, hij is liever op zijn eentje. Soms zit hij wel in de groep, en dan voert hij het hoogste woord (bepaalde geluiden die hij maakt, heel luid en aanhoudend, om tonen dat hij de meester is, ik voel daar een gevoel van hoogmoed en neerkijken op de anderen bij).  Hij wil alle aandacht krijgen, hij wil op de voorgrond komen en hij wil anderen naar achter duwen (figuurlijk).

En dan is hij weer weg, op zijn eentje aan het vliegen, of eten aan het zoeken, en hij blijft zolang mogelijk weg om niet bij de groep te moeten zijn. Hij gaat en staat waar hij wil (bij wijze van spreken), en hij trekt zich van de sociale normen niet veel aan.
 
Hij voelt zich soms nerveus, hij voelt een innerlijke zenuwachtigheid, als hij een prooi in de gaten heeft, en als hij moet wachten tot de prooi in een positie verschijnt zodat hij die kan pakken. En dan schiet hij er naartoe, met een gevoel van innerlijke spanning vanwege het gevaar dat de prooi hem zou kunnen ontsnappen. En als hij de prooi te pakken krijgt, dan triomfeert hij, en dan gaat hij lekker smullen, en voelt hij zich zo gelukkig, en geniet hij van het leven. 

En dan krijgt hij dorst, en wou hij dat het water onmiddellijk in de nabijheid van het voedsel was. Maar dat is niet zo, en dan moet hij een vliegtocht maken naar het water. En terwijl hij op andere momenten zo graag vliegt, is dit een moment waarbij hij met tegenzin vliegt, omdat hij zo hunkert naar het water, hij zou onmiddellijk willen drinken, en nu moet hij eerst nog een afstand afleggen. Vervelend is dat.



Klik hier voor:

Homepagina

Kandidaten gezocht voor gefilmde behandelingen

Wetenschappelijk bewijzen van het bestaan van het paranormale

Opleiding in de LTA therapie