Chimpansee in het wild op zoek naar voedsel.
Beschrijving van de mentale wereld van een chimpansee aan de hand van een foto, door Ingrid Holvoet.

De chimpansee op de foto
Is op zoek naar voedsel. Heeft honger. Heeft zeer veel honger, heeft al een tijd niets gegeten, hij heeft wel gedronken. Hij weet waar hij naartoe moet om voedsel te vinden: naar een groep van bomen, waar hij vruchten kan plukken en waar ook andere chimpansees zijn.
Heeft pijn in de borst rechts (ter hoogte van de long) en dat bemoeilijkt het klimmen en het zich verplaatsen in de bomen. Hij is snel buiten adem, hij moet voortdurend even rusten en hij kan moeilijk van tak tot tak zwieren. De andere chimpansees halen het voedsel voor zijn neus weg. Vandaar dat hij al een hele tijd niet gegeten heeft en reuzenhonger heeft.
Het is elk voor zich, de apen zorgen elk voor hun eigen voedsel. Als er een aap is die al een hele tijd niet gegeten heeft, dan krijgt hij ook niets van de anderen, hij moet zijn plan zien te trekken.
Hij denkt aan maden die hij zou kunnen eten, en die hij wel lekker vindt, en hij weet waar die te vinden. Maar het is nog een hele tijd lopen, en hij ziet daar tegenop. Hij is moe en hij heeft pijn en hij kan door de pijn niet zeer snel vooruit bewegen. Hij denkt erover na of hij naar de bomen gaat of naar de maden.
Zijn rug doet ook pijn, maar dat is van het lopen. Hij is op zoek geweest naar voedsel, hij heeft wat afstand afgelegd, maar hij is niet succesvol geweest.
Hij voelt zich eenzaam, is niet gelukkig, heeft verdriet. Hij voelt zich ietwat verlaten, ietwat verstoten, er is niemand die om hem geeft. Hij wordt door de andere apen zo wat weggeduwd, hij moet niet al te dichtbij komen. ’s Avonds gaat hij wel terug naar de groep van chimpansees waar hij bij hoort, maar dan heeft hij eigenlijk geen contact met de anderen. Hij zit op zijn eentje op een afstand van de anderen. Hij wordt wat buitengesloten.
De apen verzamelen zich in groep omdat dat een betere bescherming biedt tegen roofdieren. Roofdieren zullen niet zo snel een kolonie van apen aanvallen.
Soms heeft hij niets gegeten als hij zich ’s avonds aansluit bij de groep en moet hij met honger gaan slapen.
Soms als hij in de groep zit, is er wel eens een wijfje dat naar hem toekomt en met hem speelt. Soms ook meerdere wijfjes. Dan is hij zeer gelukkig. Als hij zelf contact wil leggen met een aap uit de groep, en naar iemand toegaat, dan moeten ze hem niet en lopen ze van hem weg. Hij weet eigenlijk niet waarom. Soms is er wel eens een wijfje dat in zijn buurt op de grond slaapt, en dan is hij heel gelukkig, dan voelt hij zich niet meer zo alleen, zelfs als hij honger heeft. De mannetjes, die komen nooit naar hem toe, die blijven op afstand.
Toen zijn moeder nog leefde was hij beschermd en was er altijd voedsel. Toen zat hij altijd in een groep van vrouwtjes met hun jongen en was hij opgenomen in de groep. De jongen speelden tezamen en maakten plezier tezamen (onder andere achter elkaar aan lopen, in de bomen klimmen). Zijn moeder ging hem voor in het verzamelen van voedsel (vruchten uit de bomen plukken), en hij volgde haar en kon zijn eigen vruchten plukken. Hij was beschermd tegen de anderen die hem zouden weggeduwd hebben was zijn moeder er niet geweest (omdat ze zelf het voedsel wouden hebben, blijkbaar geldt er in de apenkolonie het recht van de sterkste, wie sterker is of wie dominant is door zijn persoonlijkheid of wie een hogere rang heeft in de kolonie, neemt het voedsel weg van een aap die zwakker is of die meer onderworpen is, of een lagere rangorde heeft).
Nu nemen de andere apen het voedsel gewoon voor zijn neus weg en moet hij machteloos toezien hoe de anderen al het voedsel inpalmen en er voor hem niets overblijft. Daarom gaat hij alleen op zoektocht naar voedsel, maar hij is niet altijd succesvol.
Hij is te zwak om tegen de anderen op te komen, hij laat zich zeer gemakkelijk doen, hij kan zich niet weren. Hij durft niets doen tegen een andere aap die hem zijn voedsel voor zijn neus wegschraapt. Hij ziet gelaten toe en hij is verdrietig.
Soms blijven er kleine vruchten over die de anderen niet wilden, en die zijn dan voor hem. Dan is hij dolgelukkig, dan heeft hij iets te eten. En dan gaat hij gelukkig slapen.
Zijn leven bestaat uit het zoeken naar voedsel, en voor de rest is hij alleen, behalve dat er ’s avonds wel eens een paar wijfjes met hem komen spelen en in zijn buurt slapen, wat hem gelukkig maakt.
Hij voelt zich klein en minderwaardig ten opzichte van andere apen. Hij durft niet opkomen voor zichzelf. Hij is al heel blij als hij niet te veel verstoten wordt, en wat voedsel gevonden heeft gedurende de dag, en ’s avonds in de groep kan zitten en hij getolereerd wordt.
|